Bloeiende bermen Waterland

Maaien

De gemeente maait het gras niet overal op dezelfde manier. Op sommige plekken houden we het gras kort, terwijl we het op andere plekken langer laten groeien. Zo zorgen we voor een veilige, verzorgde openbare ruimte én geven we planten, insecten en andere dieren meer ruimte.

Veiligheid staat voorop

Veiligheid heeft altijd onze prioriteit. Daarom maaien we het gras kort op plekken waar goed zicht belangrijk is, zoals bij verkeershoeken en kruisingen. Zo kunnen weggebruikers elkaar op tijd zien.

Ook bij speelplekken en voetbalvelden houden we het gras kort. Langs verharding, zoals wegen en paden, maaien we bovendien een strook met korter gras. Daardoor kunnen mensen bijvoorbeeld veilig uitwijken, wandelen of hun hond uitlaten.

Kort gras

Een groot deel van het gras in de gemeente wordt regelmatig gemaaid. Dat doen we op plekken die intensief worden gebruikt, zoals speelplekken, sportvelden, recreatieve plekken en locaties waar het verkeer goed zicht nodig heeft. Kort gemaaid gras zorgt ervoor dat deze plekken prettig, veilig en goed toegankelijk blijven.

Lang gras: ruimte voor bloemen en insecten

Op andere plekken maaien we minder vaak. Daardoor krijgt gras de kans om langer te groeien en kunnen kruiden en bloemen tot bloei komen. Dit is belangrijk voor insecten, zoals bijen, vlinders en andere bestuivers. Zij vinden er voedsel, beschutting en plekken om zich voort te planten.

Uit onderzoek blijkt dat het wereldwijd erg slecht gaat met veel insecten. Het aantal insecten is in 27 jaar tijd met 75% afgenomen. Ze zijn onmisbaar voor onze natuur en voor de bestuiving van veel van ons voedsel. Door op geschikte plekken minder te maaien, dragen we bij aan meer biodiversiteit in Waterland.

We kiezen bewust waar lang gras mogelijk is. Daarbij houden we rekening met veiligheid, gebruik van de openbare ruimte en de omgeving. Niet iedere plek is geschikt om minder te maaien, maar waar het kan, geven we de natuur meer ruimte.

Grasaren

Grasaren zijn de zaadhoofden van bepaalde grassoorten. Als deze uitdrogen, kunnen ze hard en scherp worden. Daardoor kunnen ze bij honden en katten bijvoorbeeld tussen de tenen vast komen te zitten of in de oren, ogen of neus terechtkomen. Dit kan pijn, irritatie of ontstekingen veroorzaken.

De aanwezigheid van grasaren hangt niet samen met het aangepaste maaibeleid. Grasaren komen al jarenlang voor in de gemeente, ook vóór de invoering van het huidige maaibeleid. Ze groeien vooral op droge, zanderige plekken, langs randen van verharding, tussen tegels en bij erfafscheidingen. In de hogere grasvegetatie die op sommige plekken bewust langer blijft staan, komen grasaren juist weinig voor.

De gemeente controleert extra op plekken waar grasaren vaak voorkomen. Waar dat mogelijk en nodig is, verwijderen of maaien we deze. Daarbij besteden we extra aandacht aan locaties langs verharding en andere risicoplekken. 

Langs schuttingen en erfgrenzen kunnen we helaas niet maaien, om schade aan erfafscheidingen te voorkomen. Daarom vragen we inwoners om deze plekken op hun eigen terrein vrij te houden van onkruid en grasaren.