Inrit aanleggen

Als u een inrit wilt maken bij uw bedrijf of huis heeft u een omgevingsvergunning nodig. Bijvoorbeeld als u een inrit wilt maken van de weg naar uw garage. Of voor een inrit over water, zoals over een sloot. Een bestaande inrit mag u niet zonder vergunning veranderen.

Daarnaast moet u een borgingsplan laten opstellen. In een borgingsplan staat bijvoorbeeld hoe een bouwwerk aan regels voldoet. Het borgingsplan moet worden opgesteld door een officiële kwaliteitsborger. Deze kunt u vinden via het Omgevingsloket.

Procedure 

Zo vraagt u een vergunning aan voor het aanleggen van een inrit:

  • Ga naar het Omgevingsloket.
  • Doe de vergunningcheck. U kunt de vergunning daarna meteen aanvragen.
  • Log in: 
    • voor uzelf: met DigiD
    • voor een bedrijf: met eHerkenning
  • U geeft door:
    • een tekening of foto met daarop de gewenste ligging van de inrit
    • een foto van de bestaande situatie
Voorwaarden 

Zonder omgevingsvergunning mag u niet:

  • een inrit maken vanaf de weg
  • de weg veranderen (door bijvoorbeeld de stoep te verlagen)
  • een bestaande inrit veranderen
  • Indien dit niet ten koste gaat van een openbare parkeerplaats
Aanvraag 

Als u een omgevingsvergunning aanvraagt, dan betaalt u meestal niet alleen de kosten voor de omgevingsvergunning. Vaak brengt de gemeente ook plankosten in rekening. Dit zijn kosten voor voorbereiding van en toezicht op de aanleg van voorzieningen. Bijvoorbeeld groenvoorzieningen, nieuwe wegen of het dempen van sloten. Er is een landelijk rekenmodel waarmee de gemeente de plankosten bepaalt.

De gemeente beslist binnen 8 weken na ontvangst van uw aanvraag. Deze termijn mag de gemeente eenmaal verlengen.

Bezwaar 

U kunt bezwaar maken tegen de beslissing op uw aanvraag. Doe dit binnen 6 weken. Bent u het daarna niet eens met de uitspraak op het bezwaarschrift? Teken dan beroep aan bij de rechtbank.

AVG 

Als u een aanvraag of melding doet, heeft de gemeente uw persoonsgegevens nodig. De gemeente behandelt uw persoonsgegevens zorgvuldig. In de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) staat hoe de gemeente met uw persoonsgegevens moet omgaan.

De belangrijkste regels zijn:

  • De gemeente vraagt alleen om gegevens die nodig zijn voor het afhandelen van uw aanvraag of melding. De gemeente vraagt niet om andere gegevens.
  • De gemeente gebruikt uw gegevens alleen voor het verwerken van uw aanvraag, melding of voor iets wat daar direct mee te maken heeft.
  • De gemeente bewaart uw persoonsgegevens niet langer dan nodig is.
  • De gemeente zorgt ervoor dat uw persoonsgegevens veilig zijn.
  • Alleen mensen die uw gegevens nodig hebben voor hun werk kunnen ze bekijken.
  • Andere organisaties krijgen uw gegevens alleen als dit wettelijk verplicht is.
  • Als u hierom vraagt, dan vertelt de gemeente u:
    • welke gegevens de gemeente over u heeft
    • waarvoor deze gegevens nodig zijn
    • wat er met uw gegevens gebeurt
  • Kloppen uw gegevens niet? Dan kunt u de gemeente vragen om ze te corrigeren.